nieuws

Interview Mireille TSHEUSI-ROBERT

Mireille: De 60 jaar onafhankelijkheid van Congo is een vreugdevolle gebeurtenis, een vreugde die het verleden viert en de hoop voor de toekomst dichterbij brengt. Maar ik denk niet dat we vandaag de dag volledig onafhankelijk zijn. Er zijn nog steeds veel ketens aan Congo, dus er is ook de hoop op volledige onafhankelijkheid op een dag.

Hilde: Denk je dat het uitkomt of ben je pessimistisch?

Mireille: Het is moeilijk te zeggen, daarom is het een hoop… Er is zoveel rijkdom in de ondergrond. Andere landen die niet zoveel hebben zijn rustiger. Er zijn kaarten van de Congolese ondergrond hier in België die de Congolezen niet eens hebben. We vragen om deze kaarten terug te geven omdat sommige Belgen precies weten waar ze de rijkdom vandaan moeten halen, terwijl de Congolezen dat niet weten. Het zal dus moeilijk zijn om ons te verdedigen als we er niet in slagen om de sleutels terug te krijgen, en dus om te weten wat er in onze ondergrond is. Helaas denk ik dat België vandaag de dag nog steeds de sleutels heeft tot een bepaalde dominatie in Congo en België is niet alleen: ik zeg dit omdat ik Belg ben. Maar er zijn nog steeds een aantal touwtjes die we trekken en die moeten we doorknippen.

Om de Congolese aanwezigheid in België te vieren denk ik dat we een nationale dag van Congo in België nodig hebben. In verband met wat er is gebeurd, maar ook in verband met wat we willen voor de toekomst, want de twee landen zijn nog steeds met elkaar verbonden… Een nationale dag voor Congo, of zelfs voor Congo, Rwanda en Burundi, is iets om over na te denken.

Ik denk dat onze publieke ruimte te mannelijk is. De witte Belgische vrouwen die deelnamen aan de culturele en wetenschappelijke verspreiding van Brussel en België zijn niet vertegenwoordigd. Deze invisibilisering van vrouwen is onaanvaardbaar, dus er moeten vrouwen worden opgenomen.

Dan hebben we de Belgo Maghrebijnse gemeenschap. Ze hebben gewerkt in de metro’s, in de mijnen, ze hebben bijgedragen aan de Belgische economie. Het is normaal dat we hen ook eer bewijzen. Tot slot hebben we ook mensen van Congolese, Rwandese en Burundese afkomst die, ondanks zichzelf, bijvoorbeeld voor de Congolezen, hebben deelgenomen aan de twee wereldoorlogen, dus ze hebben bijgedragen aan de oorlogsinspanningen. Die ondanks zichzelf werden geslagen, gedood terwijl ze ons land aan het verrijken waren. Dus ik denk dat we hen ook een welgemeend eerbetoon moeten brengen, naast de officiële verontschuldigingen, en om de boekhouding, de algemene boekhouding, de geldaspecten te zien, maar niet alleen: het aantal doden, we hebben het over meer dan tien miljoen doden, we moeten het nader specificeren. Dus gewoon al de feiten: wat is er gebeurd in welk dorp, met welke generaal, met welk opperhoofd, met welke familie? We moeten weten wat de Belgen daar hebben gedaan !

Hilde: geschiedenis schrijven is dus erg belangrijk, het onderwijs… 

Mireille : ja, en het democratiseren hiervan moet normaal zijn. Ik leerde de geschiedenis van de Holocaust toen ik 5 jaar oud was. Ik leerde de geschiedenis van de kolonisatie toen ik 17,5 jaar was.

Hilde: zus je eigen geschiedenis… (lacht in verbazing)

Mireille : zie je? We hebben dus een cultureel programma nodig, we moeten kunstenaars financieren om films te maken, voorstellingen te maken, we moeten verenigingen financieren om naar scholen te gaan, om met leraren te werken. Naast het strenge schoolprogramma moet er ook een cultureel programma zijn, zelfs een buitenschools programma. Er moeten wandelingen in de stad zijn, pedagogische routes die de koloniale geschiedenis en de geschiedenis van België uitleggen, de straatnamen, enz. Dus ik denk dat er een heel programma is waaraan gewerkt moet worden om de mentaliteiten te dekoloniseren…